Depressie: van onwetendheid en schaamte naar begrip en openheid

Depressiviteit komt vaker voor dan je denkt. In Nederland krijgt een op de vijf volwassenen ooit een depressie. Dat zijn ruim 500.000 personen die per jaar een depressieve periode doormaken. Depressie veroorzaakt een hoge ziektelast, hoge ziektekosten en een hoog arbeidsverzuim. De totale economische kosten van depressie bedragen 1,5 miljard euro! De overheid vindt het tijd om in te grijpen.

Van onwetendheid en schaamte naar openheid en begrip

De cijfers liegen er niet om maar je hoort zelden iemand openlijk zeggen: ‘Ik ben depressief.’ Er wordt te weinig over depressiviteit gesproken: de omgeving weet vaak niet hoe ze moeten reageren of hoe ze degene met een depressie kunnen helpen. De depressieve persoon op zijn beurt schaamt zich om over zijn probleem te praten. Zo wordt het taboe omtrent depressie in stand gehouden. Onwetendheid werkt bovendien onbegrip, (voor)oordelen, discriminatie en zelfs uitsluiting in de hand. Dit werkt weer averechts op het herstel van depressie. Wanneer depressiviteit meer bekendheid krijgt en men beter begrijpt waardoor een depressie ontstaat en wat de gevolgen zijn, zal er minder hard geoordeeld worden. Om de drempel om hierover te praten te verlagen, start het Ministerie van VWS eind september met een brede publiekscampagne.

Persoonlijk verhaal even effectief als preventieprogramma?

Depressiepreventie krijgt de komende jaren ook meer aandacht. Het doel is uiteindelijk de incidentie en impact van depressie in de toekomst (2030) met een derde af te laten nemen. Specifieke doelgroepen hierbij zijn vrouwen die een postpartum depressie doormaken (13%) en jongeren. Een bijzonder zorgwekkend feit is namelijk dit: 40% van de kinderen van depressieve ouders ontwikkelt voor het 18e jaar zélf een depressie. Ook bij huisartsenpatiënten moet er meer aandacht besteed worden aan de preventie van (terugkerende) depressie. Volgens Trimbos is dit kosteneffectief. Maar in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde ventileren twee huisartsen hun twijfel over de effectiviteit van een dergelijke preventieve screening. Door allerlei preventieprogramma’s is er volgens hen minder tijd voor het persoonlijke verhaal van een patiënt. En juist dít geeft waardevolle informatie m.b.t. depressie…

Waar kun jij als praktijkondersteuner op letten?

Als praktijkondersteuner heb je een signalerende rol bij het vroegtijdig herkennen van depressieve klachten. Sombere gevoelens of een depressief gevoel zijn een duidelijk signaal, maar ook als de patiënt het vagelijk heeft over stress, gespannen zijn of slapeloosheid, moet je alert zijn. Waar let je nog meer op?

  • vage lichamelijke klachten zoals vermoeidheid, duizeligheid en pijnklachten
  • geen zin in activiteiten, geen interesses, geen plezier
  • gewichtsverlies of juist gewichtstoename, meer of minder eetlust
  • slaapklachten: niet kunnen slapen, niet voldoende slapen, te veel moeten slapen
  • gejaagdheid, onrust of juist geremdheid en desinteresse
  • vermoeidheid, geen energie hebben, overal tegenop zien
  • gevoel van waardeloosheid, schuldgevoel, incompetentie
  • slecht kunnen denken, slecht kunnen concentreren, besluiteloosheid

Let vooral op bij patiënten met een chronische ziekte, dit gaat vaak hand in hand met depressie. Bij een vermoeden op depressieve klachten overleg je uiteraard met de huisarts.

Wat is jouw mening over een preventieve screening op depressie in de huisartsenzorg? Laat het ons weten! 

Nog even dit…

  • Het NHG heeft een interessant nieuw boek uitgegeven met de titel ‘GGZ in de huisartsenzorg’ – de opvolger van ‘Protocollaire GGZ’ uit 2015. POH-ers krijgen een gratis exemplaar als ze nog geen NHG-account hebben. Hier lees je meer.
  • Op 29 september a.s. verzorgt de NVvPO het symposium ‘Zorg op maat in de huisartsenpraktijk’. Hier lees je meer.
Er zijn nog geen comments geplaatst.

Geef een reactie